Met een echo wordt met onhoorbare geluidsgolven je baby zichtbaar gemaakt. De transducer, een soort microfoon, zendt deze geluidsgolven uit. Alle weefsels weerkaatsten geluid. Harde weefsel veel, zachte weefsel weinig. De microfoon vangt ze weer op en zet ze om in afbeeldingen van dat weefsel, dus ook van je baby. Er zijn veel onderzoeken gedaan naar of dit schadelijk is voor baby’s. Sommige onderzoeken vinden dat de baby’s die veel bekeken zijn met echo’s enkele grammen lichter zijn, in andere onderzoeken kwam dit niet naar voren. Verder was er geen verschil in groei, of andere uitkomsten. Wat we weten is dat al het weefsel waar de geluidsgolven op gericht worden iets warmer wordt, dit is nu eenmaal hoe het werkt. Als je langdurig hoge koorts heb vroeg in je zwangerschap dan weten we dat de kans op een miskraam verhoogd. Nu is de maximale verhoging van de temperatuur met een echo ingesteld op 1,5 graad warmer, dit komt dus neer op ongeveer 38 graden. We passen dus het liefste het volgende principe toe; ALARA: As Low As Resonably Achievable, dit komt neer op zo min mogelijk echo’s zo, kort mogelijk, en met een zo laag mogelijke intensiteit. Ons apparaat is hierop afgesteld. Het hartje i.p.v. zichtbaar maken, ook hoorbaar maken doen we daarom dus niet voor de 16 weken. Je zendt dan n.l. een flinke bundel geluid op 1 plek uit om dit te kunnen omzetten in geluid, hier belasten we de baby liever niet mee als hij of zij nog zo klein is.
We kunnen dus zeggen dat een echo niet bewezen schadelijk is. Maar zeggen dat een echo bewezen onschadelijk is, daar moeten we dus voorzichtig mee zijn.